Winterspelen en uitzieken
Dat kwam goed uit! Olympische Winterspelen terwijl ik griep doormaakte. Dan heb je kans dat de tijd niet zo lang duurt voor je weer in conditie bent. Het spannende van de sport tegenover de ellende van koorts, slapeloosheid en gebrek aan eetlust. Niet dat het volgen van de wedstrijden op de tv alles goedmaakt maar een hulpmiddel om je zo gauw mogelijk beter te gaan voelen is het wel. Als het nieuwe kabinet aantreedt, doe ik weer mee met de actualiteiten buitenshuis. De komst van het kabinet Jetten geeft mij een positieve kick. Het moet toch kunnen dat de welwillende en hardwerkende Nederlander weer de overhand krijgt! Redelijkheid en fatsoen en eerlijk verdiend geld: het zit hopelijk in de genen van de nieuwe regering en zal er hopelijk daadwerkelijk uitkomen. Leve de nieuwe generatie volksvertegenwoordig(st)ers!
Koffiepraat
Bij de koffie hadden we onverwachts en plotseling een diepgaande discussie: wat is het verschil tussen Plato en Aristoteles!! En wie van ons is meer Platoons en wie aanhanger van Aristoteles? Ik meende te kunnen zeggen: Plato was meer gericht op het idee van het overstijgende: er is in de mens een meegegeven neiging tot veralgemenisering (zoeken naar ‘het wezen’, het eigenlijke) en openheid voor het grotere, geestelijke en redelijke, terwijl Aristoteles je aanspoort om goed om je heen te kijken naar het waarneembare en het feitelijke en te ervaren, te bewonderen, te onderzoeken en te analyseren. Het werd pas spannend toen de vraag op tafel kwam: hoe ben jij? P. of A.? Een kloosterling is P., een klusser A. Je ziet het aan hun kamer (kaal of volgepropt) of aan hun kleding (uniform of carnavalesk). Kortom: lekkere koffie!
Balans
Er doet zich in mijn leven de laatste tijd iets eigenaardigs voor. Door de uiteenlopende ervaringen die ik heb gehad in de gevarieerde omstandigheden waarin ik in terecht kwam, word ik nogal eens benaderd om wat in mijn geheugen is blijven hangen te delen met degenen die daarin geïnteresseerd zijn, voor zover ze nog leven. Soms zelfs door iemand die een bepaald aspect daarvan via informatie van mijn kant probeert voor studiedoeleinden helder te krijgen. Bij mij levert zoiets meestal eerst een soort (h)erkenningsgevoel op van wat ik in een bepaalde periode heb meegemaakt -tussen 1938 en 2026 inmiddels-, maar ook een gevoel van vergeetachtigheid inzake veel van wat er gebeurde in mijn vroegere jaren. Soms voel ik me opgescheept met een soort detailonderzoek waar ik eigenlijk geen zin in heb. Bovendien zijn mijn opdiepingen uiteraard subjectief en kunnen de mij bijgebleven anekdotes de vraagsteller niets schelen. Meestal geef ik netjes antwoord maar probeer ik vrij te blijven van nadere vraagstelling. Want je blijft aan de gang: op het een volgt het ander.
Wasdag
Nog maar kort ken ik de geheimen van de wekelijkse ‘wasdag’. Ik hoor bij de mannen van vroeger die zoiets een vrouwenzaak vonden en wat anders aan hun hoofd hadden. Maar sinds een paar weken heb ik zelf een wasmachine-met-droger en heb ik zowaar nog geleerd en ervaren daarmee om te gaan. Eerst dacht ik dat je zo’n hele dag bezig bent met de aandacht voor zo’n apparaat en beklaagde ik de moeders die vroeger elke week zo’n dag moesten doormaken. Maar intussen ervaar ik dat je tegelijk iets anders kunt doen als de wasserij gaande is en je alles goed hebt ingesteld. Je hoeft er niet steeds bij te blijven en als de zaak klaar is hoor je een geluidje waardoor je weet dat je weer schone kleren en dergelijke beschikbaar hebt. Weer wat geleerd!
Hoevinudie?
“De ervaring geeft zekerheid aan de redenering.”
(Albertus de Grote)