Internet – Gerrit – Limerick – Bluf? – Hoevinudie?

Internet – Gerrit – Limerick – Bluf? – Hoevinudie?

Gevaar van Internet?
In de boekenrubriek van Wim Brands op de tv kwam even aan de orde of Internet niet een gevaar is voor de menselijkheid van ons leven. Als alles voor iedereen ‘beschikbaar’ en ’toegankelijk’ is, dreigt misbruik en zelfs dictatuur, werd er gezegd. Toegepast op mijn persoonlijke situatie: op deze site die inderdaad algemeen beschikbaar en toegankelijk is, waak ik ervoor dat ik bv. op deze nieuw(tje)srubriek alleen zet wat ik vrij wil geven. Soms twijfel ik of vind ik mezelf ‘op het randje’. Maar tot nu toe heb ik nooit een serieus verwijt gehad dat ik de privacy-grens overschreed. Zou dat niet de norm moeten zijn: steeds selecteren: wat geef je vrij en wat houd je voor jezelf of voor ‘besloten kring’? Dat doe je toch eigenlijk altijd al als je wel eens in het openbaar optreedt?

Gerrit de Roimer
Ik lees -met onze Dante-club- het boek van Moses I. Finley ‘De Wereld van Odysseus’. Allerlei vragen die we vroeger op Hageveld al hadden over ‘het mysterie Homerus’, worden daarin opzienbarend en deskundig behandeld. Onder andere over het verschijnsel ‘bard’ (een voordrager van gedichten en verhalen in het openbaar of in kringen van liefhebbers). Een eeuwenoude traditie, een oeroud ‘beroep’, dat vakmanschap vereist. Dit deed mij denken aan de man die ikzelf als jongen van een jaar of tien meemaakte in de speeltuin aan de Lagedijk (nu: S. Koopmanstraat) van Wervershoof waar Piet(je) Boeder de baas speelde en toezicht hield. Wij noemden hem Gerrit de Roimer en altijd stond er wel een kring van kinderen om hem heen, want hij ‘roimde’. Soms versjes uit de overlevering, soms zelfbedachte gedichtjes. Als je je naam riep, maakte hij prompt een naamrijmpje, bijvoorbeeld: ‘Gerard Wil, geeft een gil, en ie skriuwt en ie piuwt, want ie valt van de wip en wat koikt ie nou sip’. Ik zou graag wat meer willen weten van deze figuur en van deze traditie. Wie was hij en waren er meer van ‘zukkers’? Ik bedoel niet gelegenheidsgedichtenmakers voor bruiloften en jubilea: het gaat mij om voordragende vertellers in het openbaar. Graag uw mail naar gerardweel@zonnet.nl .

Limerick
Eindelijk is het me gelukt een technisch volmaakte limerick te maken. Als volgt:

Een rustend pastoor in West-Friesland
zat graag met een boek aan de slootkant.
Maar wat hij ook las,
kwam nooit zo van pas
als kortweg “Rust zacht”, zonder rouwrand.

Nu nog een ollekebolleke, ter nagedachtenis aan drs. P.

Bluf?
Nu het nieuwe voetbalseizoen is begonnen, is er bij de dagelijkse koffie uiteraard weer alle aanleiding tot deskundig (!) commentaar. B.v. over Gregory v.d. Wiel die volgens coach Blind ‘blufte’ toe hij zei dat hij, eenmaal uitgenodigd, vast wel opgesteld zou worden in het Nederlands elftal. Bluffen, mag dat? Vroeger niet: als er een schoolinspecteur in de klas kwam en als die vroeg: wie van jullie kan het beste hoofdrekenen?, dan mocht je uit een soort nederigheid of bescheidenheid je vinger niet opsteken, ook al was je in dat opzicht nummer 1. En net doen of je dat was, was helemáál uit den boze! Op dit punt is er tegenwoordig wel wat veranderd. Jezelf onderschatten is nu een ondeugd. En bluffen hoort erbij. Is dat een verbetering? Ik denk van wel want je moet jezelf niet onder stoelen of banken steken. Maar toch: bescheidenheid wordt hopelijk nog steeds meer gewaardeerd dan pochen. Bij bluffen kun je afgaan als een gieter!

Hoevinudie?
Pietje: ‘Meester, wat betekent ‘vertwijfelen’?’
Meester: ‘Te veel twijfelen, Pietje.’