Het Nova Zembla-exemplaar en de drie exemplaren van de Koninklijke Bibliotheek
Het
lijkt dus betrekkelijk gemakkelijk de nog voorhanden zijnde exemplaren van
het boekje van Tonis Harmansz. in ‘jong’ en ‘oud’
in te delen. Op enkele plaatsen in de
tekst komt namelijk, zoals ik al vermeld heb, de eeuw van schrijven voor:
in de tot voor kort als ouder beschouwde teksten (b.v. K.B. A en C) staat
er in lied no. 2 (2x) en lied no. 6 `boven (of `over`) vijfthien hondert jaer`,
in de zgn. `jongere` is dat veranderd in `sesthien hondert jaer`. Deze laatste
blijken dus van ná 1600 te zijn, want de bedoeling ervan is aan te
geven hoeveel jaar het christendom al bestond en men vond toen algemeen -zij
het ten onrechte- dat de geboorte van het christendom samenviel met het begin
van onze jaartelling. Terecht heeft Martine de Bruin er echter, zoals gezegd,
in haar artikel `Bevroren Boekjes` ( in: `Veelderhande Liedekens’, Leuven
1997, blz. 74-77) op gewezen, dat de mogelijkheid niet mag worden uitgesloten,
dat sommige herdrukkers niet alert geweest zijn en hun uitgaven van na 1600
niet hebben aangepast. Naar mijn mening kunnen ze het ook niet gewild hebben:
een schrijver spreekt vanuit zijn eigen tijd. Bouman en Vriesema (Quaerendo
8, 1978) beweren (ik herhaal het) dus zelfs, dat alle Muller-uitgaven met
`ten huyse van` op de frontpagina, ook al hebben ze ‘vijfthien hondert’
van na 1617 zijn, omdat hiermee wordt aangegeven, dat de erfgenamen de drukkerij
hadden overgenomen en dat gebeurde kort voor 1617. Dan zijn K.B. A en eventueel
K.B. C van latere datum en kan K.B. B -zonder drukker en uitgaveplaats- zelfs
de oudste van de drie zijn.
In dit
hoofdstuk wil ik twee exemplaren behandelen met een zeer bijzondere geschiedenis,
het één wordt bewaard in het Rijksmuseum, het ander in de Koninklijke
Bibliotheek (K.B. C).
Het
eerste noem ik in navolging van Martine de Bruin het Nova Zembla-exemplaar.
Het bevindt zich niet in een bibliotheek, maar in een magazijn met speciale
voorzieningen in het Rijksmuseum van Amsterdam. Het is niet om aan te zien
en toch (juist daarom) zeer ontroerend. Men komt het op het spoor door bij
prof. G. Kalff te lezen over zijn bezoek aan het Rijksmuseum in 1882 (Het
Lied in de Middeleeuwen, 1884 blz. 674). Daar wekte een tentoonstelling van
de op Nova Zembla teruggevonden voorwerpen van de beroemde Barentsz. en Heemskerck-expeditie
zijn ontroering, vooral omdat er een exemplaar van het boekje van Tonis Harmansz.
bij was, dat dus bijna 300 jaar onder het ijs was ‘geconserveerd’
geweest. Het is intussen nog ongeveer 120 jaar ouder en niet meer ‘in
de diepvries‘, dus van inkijken is (terecht) geen sprake. Er zijn wel
foto’s van de titelpagina beschikbaar.
Het
boekje wordt al vermeld in het kort na de vondst ervan (1876) verschenen boekje
van de toenmalige adjunct-rijksarchivaris J. K. J. de Jonge `The Barents Relics`
(London 1877 pag. 47 e. v.; Ned. ed.: ’s-Gravenhage 1872 en 1877), waarin
deze de schat registreerde. Hij brengt het boekje, waarvan het voorblad nog
redelijk goed te lezen is, al in verband met het zgn. Bogaers-exemplaar van
de K.B. (nr. 683 A.B.-UW 1712 E2) -K.B. B dus-, maar het is ongetwijfeld ouder
dan dat, want in het laatste staat `over/boven sesthien hondert jaer` terwijl
de expeditie naar Nova Zembla duurde van 10 mei 1596 tot 1 novem- ber 1597.
Toch heeft ook dit half-vergane exemplaar geen (adres)vermelding van de uitgever
en dezelfde tekstindeling op het titelblad als K.B. B. Maar een ander houtsnede-
vignet. Ook de Jonge beschrijft zijn ontroering bij de gedachte dat in die
barre winter op Nova Zembla de `simple, childlike, mystical songs` van (sic!)
Tonis Harmansz. van Warvershoef werden gezongen, al merkt ook hij al op, dat
het metrum niet naar verwachting is. Hij verbaast zich erover, dat de anti-Spaanse
Nova Zembla-vaarders toch zo’n Rooms boekje meenamen waarin Maria Magdalena
en Maria, de moeder van Jezus, zo duidelijk voorkwamen. Hij verklaart dit
uit het feit, dat de volksliedjes die vroeger gezongen werden ook in 1596
nog ‘in’ waren, zij het met kleine veranderingen. Prof. Kalff
vermeldt nog een andere mogelijkheid (Geschiedenis van de Nederlandsche Letterkunde,
deel III, blz. 11 onderaan): ‘Ook onder de Roomsch-Katholieken werden
er vrij wat tegenstanders van Spanje gevonden’. Martine de Bruin vraagt
zich af of het boekje misschien aan een overleden Nova Zembla-ganger heeft
toebehoord en daarom -in tegenstelling tot de eventuele liedboekjes van de
overlevenden- werd achtergelaten.
Bij
de Jonge krijgen twee liederen speciale vermelding naast dat van de Soudaensdochter:
`Die voghelkens van deser aerden` (lied no. 34) en `Ick soude soo gheerne
by Gode zijn` (lied no.15), waarbij hij de slotregels vermeldt: ‘En
die dit Liedeken heeft ghedicht, Och scheyden was hem pijne. Amen`. Dit herinnert
de Jonge aan het verdriet en de angst op Nova Zembla, mijzelf doet het ook
denken aan de stervende Tonis Harmansz. met misschien een kans dat dit lied
door hem bewerkt zou zijn, het oorspronkelijke komt van elders. In februari
1998 werden de voorwerpen van Nova Zembla nogmaals beschreven in een prachtige
uitgave `Behouden uit het Behouden Huys` onder redactie van J. Braat c.s.,
uitgegeven door ‘De Bataafsche Leeuw’ in Amsterdam. Daarin staan
ook foto’s van het boekje. Men kan zien dat de titelpagina overeenstemt
met K.B. B, maar om met de expeditie mee te kunnen gaan, moet het van eerdere
datum zijn geweest. De andere boeken van de expeditie zijn wel gedateerd en
bijna alle van rond 1590. Een aanwijzing? Het Nova Zembla-exemplaar stemt
dus ook met K.B. B overeen in het feit, dat noch de drukker noch de plaats
van uitgave op het voorblad voorkomen, maar de eeuwaanduiding, uiteraard ‘vijfthien
hondert’, verschilt.
In het
verslagboek van Gerrit de Veer (1598) die de overwintering zelf had meegemaakt,
wordt vermeld, dat er totaal 17 mannen meegingen -het vertrek was op 10 mei
1596 vanaf Amsterdam en een week later vanaf Vlieland- en dat ze overwegend
gelovig waren. Toen b.v. de zon op 24 januari 1597 leek terug te komen (ze
vergisten zich volgens Willem Barentsz veertien dagen!), kwam het Deus Adjutor-vertrouwen
bij de meesten naar boven. Barentsz zelf was 42 jaar, protestants, godvruchtig
en hoogontwikkeld in de zeevaartkunde. Jacob van Heemskerck (30), rooms-katholiek,
was meer populair bij de bemanning. Pieter Pietersz. Vos (28), de stuurman,
was vanuit zijn gereformeerde religie evenzeer tegen het dobbelen als tegen
de Spanjool! Barentsz wilde maar kon niet zo goed zingen, de Veer (21) verbeterde
hem. Die was waarschijnlijk nogal kerks, in elk geval zeer gelovig: in zijn
verslag is een verwijzing naar God veelvuldig aanwezig. In het boek van J.
H. van Balen `De Scheepsjongen van Willem Barends` (1882) wordt zelfs tamelijk
uitgebreid beschreven, hoe het zingen uit het 'suyverlick boecxken' eraan
toeging (blz. 67), maar de Veer vermeldt het liedboekje niet, wel het zingen
van psalmen. Vijf van de zeventien mannen kwamen niet levend terug, waaronder
Barentsz zelf. Op 23 september al stierf de 'timmerman uit Purmerend', waarschijnlijk
Joris Christoffel (35). Op 26 januari een bemanningslid van wie de naam niet
bekend is. Op 20 juni stierf Willem Barentsz (aan scheurbuik?), op dezelfde
dag de stuurman Claes Andriesz Goutijck(41), die fluitspeelde en soms het
zingen begeleidde, en tenslotte op 5 juli Jan Fransz van Haerlem. Ook hier
zien we dat sommigen een bijnaam hadden, anderen een patronymicum (Willem
Barentsz zelf b.v.) en weer anderen een toponiem dat niet per se naar hun
geboorteplaats verwijst, misschien wel naar de plaats waar hun familie vandaan
kwam. Jacob van Heemskerck b.v. werd niet in Heemskerk maar in Amsterdam geboren
uit zeer roomsgezinde ouders. De andere Nova Zembla-gangers waren: meester
Hans Vos de Ronde (38), barbier en chirurgijn, een eigenaardig persoon die
een opgezette beer mee terug wilde nemen om voor zijn kapperszaak te zetten
en zo klanten te trekken. Verder: Duncker Jacob Jansz. van Sterrenburgh (32)
uit Schiedam die een primitieve blinde darm-operatie door meester Vos overleefde
(ter verdoving werd brandewijn gebruikt!), de kok Lenaert Heyndricksz (45),
Laurens Willemsz. Eénoogh (38), Jan Hillebrantsz.(41), Jacob Jansz. Carsten
Hoogwoudt (38) die ook fluitspeelde en van wie een been -zonder verdoving-
werd geamputeerd, Pieter Cornelisz. (32) die fiedel (=viool) speelde, Simon
Jan van Buysen Reyniersz. (28) en Jacob Evertsz., een scheepsjongen.
Tot
in 1995 heeft men samen met Russische onderzoekers vanuit de Universiteit
van Amsterdam wetenschappelijke tochten gemaakt naar Nova Zembla. Het graf
van Willem Barentsz en de andere gestorvenen heeft men ondanks tegengestelde
berichten, zelfs in de kranten, tot nu toe niet gevonden. Wel een kaakbeen
van een ijsbeer uit die tijd met resten van mensenvlees! En het boekje 'van'
Tonis Harmansz. van Warvershoef!
Als
tweede bijzondere exemplaar kan men dat van de Koninklijke Bibliotheek (3C
29 no.1097) beschouwen, het zogenaamde Scheurleer-exemplaar, door mij aangeduid
als K.B. C. Het wordt door Knuttel al zo genoemd, omdat het -zoals ik aangaf-
indertijd niet in de Koninklijke Bibliotheek te vinden was, maar in de verzameling
van dr. D. F. Scheurleer in het Gemeentemuseum in den Haag, die hoofdzakelijk
uit liedboeken, met of zonder muzieknotatie, bestond. Het betreffende exemplaar
is, afgaande op de eeuwaanduidingen erin, misschien van vóór 1600 en in vele,
maar niet alle, opzichten gelijk aan K.B. A dat vaak -volgens Bouman en Vriesema
dus ten onrechte- als het oudste werd beschouwd (er staat immers: `vijfthien
hondert jaer`, maar ook: 'ten huyse van..') en ook door mij werd gebruikt
voor de tekstuitgave die na deze inleiding volgt. Het eigenaardige van K.B.
C, dat met de gehele verzameling Scheurleer in 1923 naar de Koninklijke Bibliotheek
werd overgebracht, is dat de titelpagina, die kennelijk verloren is gegaan
(of uitgescheurd?), in geschreven letters is nagebootst, misschien van A,
want de drukker is vermeld zoals bij A, terwijl op B de drukker ontbreekt.
Zij kan natuurlijk ook van een ander exemplaar -met drukker- zijn nageschreven.
De kalligrafie is keurig en precies gedaan, het boekje is ook voorbeeldig
ingebonden. Het wonderlijke is echter, dat er op het voorblad een houtsnede-afdruk
is geplaatst voorstellende een (Hollandse?) leeuw, die ergens vandaan moet
zijn gehaald, misschien van het oorspronkelijke, misschien van een ander boekje.
Wanneer is dit gebeurd? Gezien de voorzichtigheid van Muller na de Alteratie
zou men kunnen denken aan het wegscheuren van de oorspronkelijk voorkant in
diens tijd, maar het is ook mogelijk, dat het boekje in de loop der jaren
beschadigd is geweest en op deze wijze hersteld. Als er meer achter zit dan
een opknapbeurt, kan men zich afvragen of Muller (of eventueel een uitgever
die zijn uitgave had overgenomen) zover is gegaan, dat hij de afbeelding van
Jezus, predikend of verrezen, verving door die van een (nationale?) leeuw.
Is het boekje dus nog meer uit de kloostersfeer weggehaald en sterker `genationaliseerd`?
Dat het 'voorlied', `Nu laet ons allegaer danckbaer zijn` (lied no. 1), op
de achterkant van de titelpagina niet in ere werd hersteld, lijkt me logisch,
omdat het ook eigenlijk niet past in de sfeer van het boekje. Van Duyse dateert
het als Loven (=Leuven) 1577. Bovendien komt het nogal Bourgondisch (=rooms-vrolijk)
over. De laatste regel ervan spreekt van 'een Pater noster (=onzevadergebedje)
lesen': dat doet Vlaams aan! In A lijkt het eerder toegevoegd dan trendsettend:
een eerste lied -in druk- op een verso-kant (=achterkant) van een titelpagina
is tamelijk ongewoon. Als een lied op de wijze van het Wilhelmus (in mijn
telling no. 2) als eerste wordt gebracht, vindt zo'n boekje natuurlijk meer
genade in de ogen van protestanten en prinsgezinden.
Opvallend
is ook, dat het woord `vermaert` op de frontpagina van K.B. C is weggelaten.
Als deze kwalificatie op Petrus Apherdianus slaat, moet men zich voorstellen,
dat diens vermaardheid -volgens Bob en Maria de Graaf geheel ten onrechte!-
al spoedig in Amsterdam verbleekt was. Of was het om hem nog meer in de anonimiteit
te houden of te drukken? Ik zou de kalligrafische overschrijver graag eens
spreken of liever nog de eventuele uitscheurder!

Het NOVA ZEMBLA-exemplaar |
|
|
|