Victimae Pascali Laudes
Dit
is ongetwijfeld de oudste van de vijf officiëel door het concilie van Trente
erkende sequenties. Ze wordt toegeschreven aan de keizerlijke hofkapelaan
Wipo die waarschijnlijk stierf in 1050. Hij was van Bourgondische afkomst
en vertoefde enige tijd in Lausanne. Meer nog dan om zijn sequensen is hij
bekend gebleven als dichter van andersoortige verzen en als historicus.
Als je zijn Victimae vergelijkt met wat er van de oudere sequensen is bewaard
gebleven, valt op dat hier al duidelijk sprake is van ritme en rijm. Het
ligt voor de hand te denken dat de vroegmiddeleeuwse paastekst (de dialoog
met de vrouwen bij het graf van de verrezene, gedateerd rond 1020) die als
spel werd gebracht in de kerk en die teruggaat op het paasevangelie, ook
ten grondslag ligt aan Wipo's tekst. Het gedicht is nogal symmetrisch: het
begint met twee met de eerste strofe rijmende openingsregels en het sluit
met een slotvers van vier regels waarvan er drie rijmend zijn, afgesloten
met Amen en Alleluia. Daartussen staan twee maal twee vierregelige strofen
met het volgende rijmschema: abba, ccdd, eeff, gghh. Tweemaal twee is in
dit geval geen vier omdat het eerste tweetal dezelfde melodie heeft die
verschilt van de eveneens gepaarde melodie van het tweede tweetal. Het begin
van de slotstrofe heeft bijna dezelfde melodie als het begin van de eerste
twee gepaarde. Men spreekt van een Dorische zangwijze. Het gedicht is bijna
geheel syllabisch op muziek gezet: ik telde slechts tien niet-syllabische
elementen: de tweede a van Maria, de e van viventis, de e van resurgentis,
de tweede e van testes, de e van mea, de ae van Galilaeam, de tweede e van
miserere, de A van Amen (op drie noten), de e van Amen en de u van Alleluia.
Maar dat geldt alleen voor de notatie van Solesmes zoals wij die kennen.
Men is er haast zeker van dat deze sequens een uitwerking is van het alleluiavers
"Pascha nostrum immolatus est Christus" op een tekst van Paulus (1 Cor.
5,7). Er zijn ook enkele tekstvarianten, b.v. "praecedet suos in Galilaeam"
luidt elders: "precedit vos in Galilaea". Maar de meest opvallende wijziging
is die van het Missale Romanum van Trente: waar eerst (vóór de afsluitende
slotstrofe) stond: "Credendum est magis soli Mariae veraci quam Iudaeorum
turbae fallaci." (Men moet meer geloof hechten aan de ene waarachtige Maria
dan aan de onwaarheid sprekende menigte der Joden) werd deze antisemitische
constructie weggelaten en volgde meteen het 'Scimus Christum…' Daarmee corrigeerde
Trente de oude anti-Joodse kerkelijke traditie! Voor meer literatuur over
het Victimae: zie Fischer, Julian, Dreves en Blume.cultuurschat mag niet
verloren gaan!
Victimae paschali laudes
immolent christiani.
Agnus redemit oves:
Christus innocens Patri
reconciliavit
peccatores.
Mors et vita duello
conflixere mirando:
dux vitae mortuus
regnat vivus.
Dic nobis, Maria,
quid vidisti in via?
Sepulcrum Christi viventis
et gloriam vidi resurgentis,
angelicos testes,
sudarium et vestes:
surrexit Christus spes mea,
praecedet suos in Galileam.
Scimus Christum surrexisse
a mortuis vere;
tu nobis victor rex
miserere.
Amen.
Alleluia. |
 |
Christenen, komt nieuw geschapen
juichend het paaslam nader.
‘t Lam verloste de schapen:
Christus bracht tot zijn Vader
zondaars verzoend terug
zonder wapen.
Dood en leven bestreden
fel elkaar in ’t verleden,
nu zal, de dood ontgaan,
Hij ons voorgaan.
Maria, wil spreken,
waar hebt gij naar gekeken?
Christus begraven herrezen,
ik zag zijn opstanding daar bewezen:
door d’eng’len beleden,
‘k zag zweetdoek en ‘k zag kleden.
Christus mijn hoop is verrezen,
naar Galilea zijn wij verwezen.
Nu blijkt: Christus is ontstegen,
voorwaar, aan de doden;
gij winnaar, vorst, genees
onze noden.
Amen.
Alleluia. |

|
|
|